Hoofdmenu openen

Mechelen Mapt β

Kordewagenaars

English.gif An obsolete profession in Mechelen
De Zoutwerf in Mechelen
door François Stroobant (1819 - 1916)

Inhoud

EtymologieBewerken

Kordewagenaars ofte cordewagenaars, of kruiers, werkten in Mechelen nauw samen met onder anderen buijldragers en straatwagenaars. Goederen werden uit een schip gehaald door de buijldragers en overgedragen aan de cordewagenaars, die de goederen, op hun beurt, meenamen naar de stad. (Tonnen bier en andere goederen werden vervoerd naar onder meer de cafés). Deze ambacht was hierin gespecialiseerd en de cordewagens waren hiervoor speciaal ontworpen. Voor grotere afstanden werden de straatwagenaars ingeschakeld om de goederen verder te transporteren per huifkar of koets.

GildeBewerken

De Mechelse gilde van de cordewagenaars had haar ambachtshuis op de Zoutwerf nummer 1. In de 13e eeuw noemde men de plaats langs de Dijleoever kortweg Werf. In 1301 verkreeg Mechelen het recht om zout te verhandelen en de Werf verandert van naam tot Zoutwerf. Het gildenhuis werd gekocht op 17 April 1515 en in 1630 verbouwde de gilde het. Het ambacht van de cordewagenaars overleefde de Franse Revolutie (1792) gedurende ruim een eeuw. Kort na de Omwenteling kocht de gilde haar aangeslagen gebouw terug en bleef actief tot einde van de 19e eeuw.

StraatnamenBewerken

Vele generaties en families cordewagenaars hebben onder het gezag van de gilde gewerkt en woonden, vierhonderd jaar lang, vlakbij hun werk aan de Dijle of de Zenne waar de schepen werden gelost. De huizen langs de Zoutwerf werden bewoond door burgers en handelaren en de cordewagenaars woonden in de smalle straatjes die tussen de rijkere panden uitgaven op de Zoutwerf, met pittoreske namen zoals de Fortjes, de Konijnenpijp, de Open Poort, de Karrenpoort (waar de kruiwagens[N 1] van het ambacht stonden), de Rode Poort, de Radijzengang en de Meulekensgang.

GalerijBewerken

Externe linksBewerken

BronnenBewerken

VoetnotenBewerken

  1. Het woord voor 'kruiwagen' is in het Mechels dialect 'kɘurrɘwaggɘl'.