Hoofdmenu openen

Mechelen Mapt β

Antoine Perrenot de Granvelle

English.gif The first Archbishop of Mechelen
Antoine Perrenot de Granvelle, een staatsman in dienst van de Habsburgers

Antoine Perrenot de Granvelle, geboren te Besançon op 20 augustus 1517 en overleden te Madrid op 21 september 1586, was een invloedrijke staatsman en clericus. Granvelle werd de eerste aartsbisschop van Mechelen.

Inhoud

BiografieBewerken

Afkomstig uit de Franche-Comté, een deel van de Bourgondische erflanden dat in zijn tijd in handen was van keizer Karel V en daarop van Filips II, maakte Antoine als zoon van de invloedrijke Nicolas Perrenot de Granvelle snel carrière. Hij promoveerde tot doctor in de rechten te Dole en werd daar raadsheer bij het beroepshof van justitie. Hij werkte een tijdje als bureaucraat voor de Habsburgmonarchie en werd reeds op 21-jarige leeftijd bisschop van Atrecht. Na de dood van zijn vader in 1550 volgde hij deze op als staatssecretaris en grootzegelbewaarder van Karel V. Hij bewerkte het huwelijk van Mary Tudor met diens zoon Filips II, die aldus de loutere titel van Koning van Engeland verwierf, en had een groot aandeel in de realisatie van de verdragen van Vaucelles (1556) en Cateau-Cambrésis (1559).

Hij was de belangrijkste adviseur van Filips II in de jaren die aan de Tachtigjarige Oorlog vooraf gingen en droeg, in niet geringe mate, bij aan het verscherpen van de conflicten in de Nederlanden. Nadat Filips de Nederlanden had verlaten, werd Granvelle een van de meest invloedrijkse raadgevers van landvoogdes Margaretha van Parma aan het Brusselse hof en voerde loyaal aan Filips vijf jaar lang een repressieve katholieke politiek. Hij werd aartsbisschop van Mechelen en al kort daarop, in 1561, kardinaal maar vooral na deze benoemingen werd hij in toenemende mate door de plaatselijke adel beschouwd als de exponent van de gehate regering. Deze ongunstige evolutie bracht hem ertoe in maart 1564 zijn bisdom te verlaten en op advies van zijn koning naar de Franche-Comté terug te keren.

Een tijd later werd hij tot gezant te Rome benoemd, waar hij een groot aandeel had in de vorming van een anti-Turkse liga. In de hoedanigheid van onderkoning van Napels werkte hij in 1571 aan de voorbereiding van de Slag bij Lepanto. In 1575 keerde hij naar Rome terug, en uit zijn nimmer aflatende correspondentie met koning Filips blijkt dat hij zijn bemoeienissen met de Nederlanden opnieuw intensiveerde. Zo stemde hij in met de zending van Alva en met de instelling van diens Raad van Beroerten, maar toch keurde hij het bloedige optreden van Alva af. Ook overhaalde hij de kning ertoe Willem van Oranje vogelvrij te verklaren en diens zoon te ontvoeren, en (in 1578) de militaire en burgerlijke macht op te splitsen: in handen van respectievelijk Alexander Farnese en Margaretha van Parma.

In 1579 ontbood de koning hem tenslotte naar Madrid en belastte hem daar met de Nederlandse zaken en met de diplomatieke betrekkingen met Engeland en Frankrijk. In deze hoedanigheid was hij zijn koning nog zes jaar nauwgezet van dienst, zij het met afnemende invloed. Kardinaal Granvelle werd als dank voor zijn diensten benoemd tot aartsbisschop van Besançon in 1584 maar was reeds door ziekte getroffen en nam de functie niet waar. Hij overleed te Madrid in 1586.

GalerijBewerken

BronnenBewerken

VoetnotenBewerken